Jongeren vragen, wetenschap antwoordt: Hoe steun je een vriend(in) én bewaak je je eigen grenzen?

Crosspost op MIND Us
In deze reeks delen jongeren hun persoonlijke ervaringen en de vragen die daarbij bij hen opkwamen. Deze leggen we voor aan wetenschappers, die vanuit onderzoek inzicht en antwoorden geven.
Joanne is een van de MIND Us-ambassadeurs en trapt deze reeks af. In dit blog vertelt zij over een ervaring die veel jongeren herkennen: er willen zijn voor een vriend(in) die mentaal worstelt. Hoe steun je iemand die het moeilijk heeft, zonder dat het ten koste gaat van jezelf?
Joanne deelt haar persoonlijke verhaal en de vragen die dat bij haar opriep. Vervolgens leggen psychiater Christiaan Vinkers en psychiater in opleiding Nick Ermers uit wat onderzoek hierover laat zien. Wanneer is steun van vrienden genoeg en wanneer is professionele hulp nodig? En hoe blijf je betrokken zonder zelf emotioneel overbelast te raken?
Joanne: “Praten lucht op, maar het kan ook zwaar zijn”
Praten over mentaal welzijn met een vriendin vind ik heel belangrijk. Door gevoelens te delen voel ik me vaak opgeluchter en ervaar ik meer verbinding met de mensen om me heen. Wanneer ik bijvoorbeeld een slechte dag heb, kan het me enorm helpen om even samen te wandelen of even mijn hart te luchten. Alleen al het uitspreken van wat er in je hoofd omgaat kan ruimte geven. Ik geloof sterk in het belang van openheid over mentale gezondheid.
Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat praten niet altijd alleen maar helpend is. Ik heb zelf een vriendin gehad die depressief en suïcidaal was en in de jeugdzorg woonde. Ik vond het goed en moedig dat zij sprak over haar mentale welzijn, maar het voelde voor mij ook dubbel. Natuurlijk had ik zelf ook wel eens slechte dagen, maar zij zat op een heel ander niveau van worsteling. Dat besef maakte dat ik me veel zorgen om haar maakte. Het beïnvloedde ook mijn eigen stemming. Soms ging ik naar haar toe met het gevoel dat ik haar moest afleiden van haar negatieve gedachten, in plaats van dat we ontspannen met elkaar afspraken. Het voelde soms bijna als een verantwoordelijkheid, omdat ik wist dat ik veel voor haar betekende. Daarmee kom ik bij de vraag of praten ook een negatief effect kan hebben. Ik denk van wel. Wanneer je intens betrokken bent bij iemand die mentaal worstelt, kan dat zwaar zijn. Je kunt elkaar onbedoeld versterken in sombere gedachten of je kunt zelf emotioneel overbelast raken. In mijn geval merkte ik dat mijn zorgen zo groot werden, dat het invloed had op mijn eigen mentale welzijn.
Voor mij is praten over mentale gezondheid dus waardevol, maar het vraagt ook grenzen, maar hoe trek je grenzen als je zo betrokken wil blijven?
Om beter te begrijpen hoe dit zit, legde Joanne haar vragen voor aan onderzoekers Christiaan en Nick.
Wanneer is steun van vrienden niet meer genoeg?
Praten over mentale gezondheid met vrienden kan veel betekenen. Het lucht op en geeft het gevoel dat je er niet alleen voor staat. Maar er is ook een andere kant: wanneer iemand in je omgeving worstelt, kan dat zwaar zijn – ook voor jou als degene die probeert te helpen. Dat betekent niet dat praten verkeerd is, maar wel dat steun van vrienden soms grenzen heeft.
In sommige situaties is er professionele hulp nodig, bijvoorbeeld als het niet meer lukt naar school te gaan, afspraken na te komen, of als iemand zich steeds verder terugtrekt. Op zo’n moment help je je vriend of vriendin vaak het meest door samen te bedenken wie er nog meer kan helpen – een ouder, de huisarts of docent. Samen met deze volwassene kan hij of zij eventueel hulp gaan zoeken bij de schoolpsycholoog, een wijkteam of een ggz-organisatie.
Betrokken blijven zonder jezelf te verliezen
Steun geven kost energie. In hoeverre je steun kunt geven, verschilt per persoon en per moment. Het hangt samen met veerkracht: hoeveel ruimte je hebt naast alles wat er verder in je eigen leven speelt. Het is normaal dat steun geven invloed kan hebben op je eigen stemming, zeker als het lang duurt. Het is daarom belangrijk om betrokken te blijven zonder jezelf uit te putten. Dat kan betekenen dat je naast de moeilijke gesprekken ook gewone, leuke dingen blijft doen met elkaar. Afleiding kan voor jullie allebei helpend zijn. Het helpt ook om zelf tijd door te brengen met andere vrienden of familie. En het is belangrijk dat ook jij iemand hebt om je verhaal bij kwijt te kunnen: een ouder, een andere vriend, of een vertrouwenspersoon op school.
Wat zegt onderzoek over de invloed van mentale problemen op vrienden?
Onderzoek laat zien dat de gemoedstoestand van mensen om ons heen invloed kan hebben op hoe wij onszelf voelen. Een voorbeeld daarvan is samen piekeren, in de wetenschap “co-rumination” genoemd: het steeds opnieuw bespreken van problemen en negatieve gevoelens binnen een vriendschap. Het samen blijven praten over problemen kan vriendschappen hechter maken, maar het kan ook het risico op somberheid en angst vergroten. Studies laten bovendien zien dat mentale problemen invloed kunnen hebben op anderen in hun omgeving. Dat is geen reden om afstand te nemen, maar laat zien dat het wel normaal is dat het ook invloed heeft op jou – iets wat ook zichtbaar wordt in Joanne’s ervaring.
Vriendschap én grenzen
Vriendschap is dus waardevol en steun van vrienden kan veel betekenen. Maar je hoeft de zorgen om je vriend of vriendin niet alleen te dragen. Soms is het juist een teken van betrokkenheid om iemand te helpen professionele hulp te zoeken en tegelijk ook goed voor jezelf te blijven zorgen. Joanne’s verhaal laat zien dat er voor een vriend(in) zijn waardevol is, maar ook vraagt om aandacht voor je eigen grenzen en welzijn.
Veerkracht hoeft niet alleen vanuit jongeren te komen; het zit verankerd in het systeem om hen heen. Naast die ene goede vriend vormen ook school, familie en de sportvereniging de onmisbare bouwstenen van dit vangnet. Onlangs vond het Healthy Start Colloquium plaats, waar wetenschappers en professionals bespraken hoe we het groeiende bewustzijn rondom mentaal welzijn kunnen omzetten in structurele steun voor jongeren. Het doel? Een wereld waarin praten niet alleen gehoord wordt, maar ook echt leidt tot positieve verandering.
Meer informatie over dit evenement vindt u hier.
Gebaseerd op onderstaande bronnen:
Alho, J., Gutvilig, M., Niemi, R., Komulainen, K., Böckerman, P., Webb, R. T., … & Hakulinen, C. (2024). Transmission of mental disorders in adolescent peer networks. JAMA Psychiatry, 81(9), 882-888.
Rose, A. J., Carlson, W., & Waller, E. M. (2007). Prospective associations of co-rumination with friendship and emotional adjustment: considering the socioemotional trade-offs of co-rumination. Developmental psychology, 43(4), 1019.
Rose, A. J. (2021). The costs and benefits of co-rumination. Child Development Perspectives, 15(3), 176-181. Schwartz-Mette, R. A., Shankman, J., Dueweke, A. R., Borowski, S., & Rose, A. J. (2020). Relations of friendship experiences with depressive symptoms and loneliness in childhood and adolescence: A meta-analytic review. Psychological Bulletin, 146(8), 664.
Subasinghe, A., Morgan, A., Paxton, S. J., & Hart, L. M. (2025). Adolescents’ online and in-person help-giving experiences towards a peer with a mental health problem: a qualitative study. Advances in Mental Health, 1-18.
Contact
Erasmus University Rotterdam
Mandeville Building T13
Burgemeester Oudlaan 50
3062 PA Rotterdam, the Netherlands
